Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

zondag 9 augustus 2015

Watership Down

Bink
Richard Adams
Watership Down (Verenigd Koninkrijk, 1972)

Sinds een klein jaar hebben we twee konijnen in onze tuin wonen: Bink en Twix, twee Nederlandse dwerghangoortjes. Waarschijnlijk onder invloed van hen groeide bij mij het idee, dat ik Waterschapsheuvel weleens zou willen lezen. Maar eigenlijk was ik een beetje bang om dat boek te lezen, want het leek me zo zielig. Als ik aan Waterschapsheuvel denk, denk ik ook aan Bright eyes, dat lied van Art Garfunkel, met die zielige clip over zielige konijntjes. Maar laatst las ik op een Amerikaans blog, dat het een prachtig boek is, met humor geschreven. Toen durfde ik het wel aan. En terwijl ik het aan het lezen was, las ik op het blog Bettina schrijft, dat zij het boek als elfjarige ook prachtig vond.

En een prachtig boek is het. Op momenten dat ik het niet in mijn handen had, verlangde ik terug naar die wereld van Hazel (Hazelaar), Fiver (Vijfje), Bigwig (Kopstuk) en al die andere konijnen. Het boek is ook heel spannend. Deze groep konijnen maakt heel wat mee. 
Het begint ermee, dat Fiver het gevoel heeft dat hun kolonie door een groot gevaar wordt bedreigd en dat alle konijnen meteen moeten vluchten. Lang niet iedereen gelooft hem en ze vertrekken met slechts een klein groepje, onder leiding van Fivers grote broer Hazel. Ze gaan op zoek naar een nieuwe plek om te wonen en de reis is vol gevaren. Uiteindelijk komen ze aan op de helling van Waterschapsheuvel, waar het leven goed is. Echter, de groep bestaat uit alleen maar mannetjeskonijnen, dus om de kolonie een toekomst te geven moeten er ook vrouwtjes komen. In de buurt zijn twee plekken waar ze die vandaan kunnen halen. Maar die strooptochten zijn levensgevaarlijk...

Ik weet niet hoe het komt dat dit zo’n mooi boek is. Het is bijzonder, omdat het een verhaal over konijnen is. Je beleeft het vanuit de konijnen; dat is weer eens een ander perspectief.  Alles wordt tot in detail beschreven. De omgeving bijvoorbeeld. Hierbij was het wel een nadeel dat ik de Engelse versie las, want ik weet niet alle namen van al die planten, bomen en dieren. Ik had mijn woordenboek bij de hand. Het verhaal is ook superspannend. Bijvoorbeeld als ze een groep wijfjes willen bevrijden uit een totalitaire kolonie. Brrr..., je zit op het puntje van je stoel.

Twix
Ik kijk nu wel anders tegen konijnen aan. Als ik in de schemer tussen de weilanden door fiets, kijk ik goed om me heen of ik konijnen zie. Vanmorgen zag ik een konijn in een moestuin. ‘Ah, dat is zo’n dapper konijn dat sla gaat stelen voor de chief rabbit’, denk ik dan. Of misschien is het El-ahrairah, het mythische konijn waarover vele verhalen worden verteld en die door slimme trucs alles voor elkaar krijgt. 

Het gebeurt niet vaak dat ik boeken herlees, maar deze wil ik later nog wel een keertje lezen. En dan in het Nederlands, zodat niets me ontgaat van die wonderlijke konijnenwereld.

woensdag 24 juni 2015

Een maaltijd in de winter

Hubert Mingarelli
Een maaltijd in de winter (Un repas en hiver, 2012)
Vertaald uit het Frans door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre

Ik was in de buurt van de bibliotheek, maar had niet mijn boekje met mijn wensenlijstje bij me. Wat doe je dan? Dan ga je gewoon lekker tussen de boeken snuffelen. Ik stuitte op een boek van een mij onbekende schrijver, Hubert Mingarelli, waarvan de titel mij wel aansprak: Een maaltijd in de winter. En ik had het in twee dagen uit. Voor veel lezers zal dat niet bijzonder zijn, maar voor mij wel. Ik lees namelijk erg langzaam. Maar ik werd zo door dit verhaal gegrepen, dat ik door bleef lezen. Ook de structuur van de roman zet aan tot doorlezen. Hij bestaat uit korte hoofdstukjes, waardoor je snel denkt: ach, nog eentje. Aan de andere kant kun je ook even een hoofdstukje lezen als je maar een paar minuutjes hebt.

Een maaltijd in de winter gaat over drie Duitse soldaten die in de Tweede Wereldoorlog in Polen gelegerd zijn. Ze moeten daar joden fusilleren die in de bossen in massagraven terechtkomen. De drie militairen kunnen deze klus emotioneel niet meer aan en als er een nieuwe moordpartij wordt aangekondigd voor de volgende dag, vragen ze toestemming om er op uit te gaan om ondergedoken joden te zoeken. Die toestemming krijgen ze.
De dag die volgt wordt zeer gedetailleerd beschreven. Hoe ze ‘s morgens voor dag en dauw de bittere kou in trekken, urenlang lopen en een jood vinden. Hoe ze bij een verlaten huis komen, daar een maaltijd bereiden en deze samen met de jood, en een Poolse boer, opeten.
Dan zitten de soldaten met een probleem. Kunnen ze deze joodse man, met wie ze een maaltijd hebben gebruikt, nog wel meebrengen naar hun kampement, zijn dood tegemoet? Misschien moeten ze hem dan wel zelf doodschieten. Maar als ze zonder jood terugkeren, zullen ze de volgende dag niet meer op zoek mogen gaan en mee moeten doen aan het fusilleren.  

In het verhaal wordt alles tot in de kleinste details beschreven, vooral het bereiden van de maaltijd. Maar ook de oplopende spanningen tussen de soldaten en de boer die komt aanlopen en ook wil mee-eten. 
De soldaten zijn mannen van rond de veertig, reservisten. Ze worden gedwongen om gruwelijke dingen te doen en gaan daaraan kapot. Ook in WOII waren de meeste Duitsers ook maar mensen. 


Hubert Mingarelli is een Franse schrijver. Zijn bibliografie op de Franse Wikipedia telt 20 boeken, maar als ik de naam van de auteur google, verschijnt er op Nederlandse en Engelstalige sites alleen dit boek. Maar naar aanleiding van Een maaltijd in de winter zou ik best meer van hem willen lezen. Tijd om mijn Frans op te frissen?

zondag 24 mei 2015

Het kleine meisje van meneer Linh

Philippe Claudel
Het kleine meisje van meneer Linh (La petite fille de monsieur Linh, 2005)
Vertaald uit het Frans door Manik Sarkar

Meneer Linh komt met de boot uit een door oorlog verscheurd land. In zijn armen heeft hij een baby, een meisje. Dat is zijn kleindochter. De ouders van het meisje, de zoon van meneer Linh en zijn vrouw, werden uit elkaar gereten toen ze op het land aan het werk waren. Meneer Linh vond zijn kleindochter een eindje verderop, heeft haar opgepakt en is het land uitgevlucht. Eigenlijk had hij daar willen blijven om te sterven, maar omwille van het meisje, dat nog een heel leven voor zich had, heeft hij de boot genomen. 
Meneer Linh komt aan in een land waar alles anders is en waar hij de mensen niet verstaat. Ondanks dat bouwt hij een vriendschap op met een dikke meneer. Ze ontmoeten elkaar elke dag. De man praat tegen meneer Linh, die daar niets van verstaat, maar het wel prettig vindt om te luisteren. Er groeit een band tussen de twee mannen. Als meneer Linh vanuit de eerste noodopvang wordt overgeplaatst, gaan ze dan ook wanhopig naar elkaar op zoek.

Het kleine meisje van meneer Linh is een klein boekje, maar wat een pareltje! Toen ik het uit had, heb ik nog een tijdje verdoofd voor me uit zitten staren. Met natte wangen van de tranen.

The Great Gatsby

F. Scott Fitzgerald
The Great Gatsby (VS, 1925)

Eigenlijk zag ik er best wel tegenop, om The great Gatsby te lezen. Zo’n klassieker, met een introductie van 48 bladzijden, in het Engels, kleine lettertjes. Dat zou vast een zware klus worden. Maar het viel alleszins mee. Ik had hem in een paar dagen uit. Daarbij moet ik wel zeggen dat ik de introductie heb overgeslagen. Vroeger voelde ik me altijd verplicht om die te lezen. Als er een introductie bij zat, dan behoefde het boek blijkbaar uitleg voordat je er aan zou beginnen. Maar meestal zijn introducties best wel saai en dan legde ik zo’n boek al aan de kant voordat ik er aan begonnen was. Dus: geen introductie. 

The great Gatsby speelt zich af in de Verenigde Staten aan het begin van de jaren ’20 van de vorige eeuw. We nemen een kijkje in de high society, de wereld van de extreem rijken. 
In The great Gatsby leren we eerst de verteller kennen, Nick. die niet rijk is. Nick is een jonge man die vanuit de Midwest naar New York komt. Hij vindt een huisje buiten New York City, volgens mij op Long Island, temidden van enorme villa’s. Hij gaat op bezoek bij een oude studievriend die aan de andere kant van de baai woont en getrouwd is met een nicht van Nick. Zij wonen in een enorm huis, hebben bedienden en brengen hun leven vooral lanterfantend door. Later leert Nick zijn buurman kennen, Gatsby. Ook hij is een jonge man, puissant rijk. Elk weekend geeft hij massale feesten, waar mensen uit de wijde omgeving op af komen, al dan niet op uitnodiging. Gatsby zelf stort zich niet in het feestgedruis, maar houdt zich afzijdig. Je vraagt je af, waarom hij die feesten geeft, maar daar kom je later achter. Dat is dezelfde reden waarom hij zo rijk is en in zo’n megagroot huis woont. 

Ik vond het leuk om dit boek te lezen. Waarom? Ik had nog nooit een boek gelezen over deze groep mensen in deze tijd. Het is zo levendig geschreven dat het is alsof je erbij bent. Bij die etentjes, feesten en ontmoetingen. De spanning wordt in het boek langzaam opgebouwd. Het broeit. Je bent erbij als het uit de hand dreigt te lopen.
De personages zijn menselijk. Er is één onsympathiek persoon bij, maar verder hebben de personages goede en slechte kanten, doen ze soms aardig, soms niet. 
Eigenlijk is het helemaal niet eng om af en toe een klassieker met kleine lettertjes te lezen.

maandag 20 april 2015

De dochter van de circusdirecteur

Jostein Gaarder
De dochter van de circusdirecteur (Sirkusdirektørens datter, 2001)
Vertaald uit het Noors door Lucy Pijttersen en Carla Joustra

Een tijd geleden las ik in de Flow een artikel over minibibliotheken. Dat zijn kastjes, die ergens in een straat staan en waarin - uiteraard - boeken staan. Daar mag je er dan eentje uit pakken, lezen en eventueel terug zetten of je zet er een ander boek in. Al een tijd lijkt het me leuk om zo’n biebje bij ons in de voortuin neer te zetten. Maar je moet dan wel eerst zo’n kast maken, waterdicht, met doorzichtige deurtjes en ik ben niet zo handig. Dus het is er nog niet van gekomen.
Nu ontdekte ik een paar weken geleden hier vlakbij zo’n minibibliotheek. Het is een oud konijnenhok, in een vrolijke kleur geschilderd. Ik ben er een kijkje gaan nemen. De meeste boeken die erin lagen waren niet veel soeps. Honderd kerstverhalen, een groot aantal romannetjes van de Bouquetreeks. Maar er lag wel één interessant boek in, eentje van Jostein Gaarder, de schrijver van De wereld van Sofie.
De wereld van Sofie heb ik ruim tien jaar geleden gelezen. Daarna heb ik nog een aantal boeken van dezelfde schrijver gelezen. Vooral Het sinaasappelmeisje vond ik mooi, al weet ik niet meer goed hoe dat ging. 
Nu zag ik De dochter van de circusdirecteur in die minibibliotheek liggen. Ik heb thuis een mooi boek gehaald om ervoor in de plaats te leggen en heb mijn schat meegenomen. En gelezen.

Helaas, het viel tegen. Het gegeven van het verhaal is leuk. Een man heeft zoveel fantasie, dat hem voortdurend de meest fantastische verhalen invallen. Het zijn er echter zó veel, dat hij nooit één idee zou kunnen uitwerken tot een roman, want tijdens het schrijven zouden er weer zo veel andere ideeën in hem opkomen die dan ook in dat boek terecht zouden komen, dat het onleesbaar zou worden. Bovendien heeft hij niet het geduld om zo lang aan één idee te werken en heeft hij er totaal geen behoefte aan om beroemd te worden. Dus verkoopt hij zijn ideeën aan schrijvers en wordt daardoor een vermogend man. 
Het begin van het boek is interessant: de hoofdpersoon vertelt over zijn jeugd, hoe hij als jongetje was, als puber en jong volwassene. Over zijn vriendinnetjes, zijn grote liefde en over de manier waarop hij ertoe komt om als ‘schrijvershulp’ te gaan werken. 
In het midden zakt het boek in. Het wordt langdradig en valt in herhaling. De verteller verhaalt uitgebreid over hoe hij te werk gaat en over schrijvers. Zo beschrijft hij meerdere keren hoe zijn betalingssysteem in elkaar zit en geeft hij twee keer een opsomming van de soorten schrijvers die er bestaan. 
De derde helft van de roman is weer wat interessanter. Maar dan zit er weer zo’n toevalligheid in. Ik weet dat er in boeken vaak onwaarschijnlijke toevalligheden zitten, en ik kan er niet goed tegen. Ook nu weer. Van de zoveel honderden miljoenen mensen die er in Europa rondlopen, komt hij net die ene persoon tegen, op een plek waar ze geen van beiden thuishoren. Dat kan natuurlijk; ik ben op vakantie ook weleens een bekende tegengekomen. Maar toch. Bovendien zie je als lezer al van een kilometer afstand wie die persoon is, terwijl je het gevoel hebt, dat je dat niet hoort te weten en dat je op het eind heel verrast moet zijn. 
Aan het eind houdt de verteller nog een hele verhandeling over het patroon van vloertegels in zijn hotelkamer. Op de achterkant staat dat het een filosofische roman is en daarvan snap ik de diepere betekenis nooit. De diepere betekenis van vierkanten van vloertegels ontging mij dan ook volledig. 

Jammer, meneer Gaarden kan beter.

maandag 13 april 2015

Het Dolhuis

Boudewijn Büch
Het Dolhuis (Nederland, 1987)

Het thema van de boekenweek van dit jaar was waanzin. Daarom stond er in onze bibliotheek een bak met boeken met dat thema. Uit deze bak heb ik een boekje van Boudewiijn Büch gehaald: Het Dolhuis. 

Winkler Brockhaus is 10 als hij door zijn ouders naar een gekkenhuis in Brabant wordt gestuurd. Het Dolhuis wordt met straffe hand geregeerd door zuster Makela en andere nonnen. Als je iets zegt, krijg je een oorvijf, als je knikt krijg je er nog één. En dat zijn nog maar de lichtste lijfstraffen. De gekheid wordt met tucht uit de kinderen geslagen. 
En dat terwijl Winkler helemaal niet gek wàs. Hij was een slim jongetje dat over de dingen nadacht en graag praatte. Als hij een jaar later weer naar huis mag, is hij stil en teruggetrokken. 
In zijn latere leven gaat Winkler vragen stellen en dan blijkt dat zijn ouders zo hun eigen redenen hadden om hem te laten opsluiten. Een jaar heeft de jongen in het gekkenhuis gezeten en dat heeft een sterke, negatieve, stempel op zijn leven gezet. Hij zou altijd depressief blijven en vaak dood willen. 

In de eerste helft van het boek lees je om en om een stukje over Winklers tijd in het gekkenhuis en over zijn volwassen leven. In het tweede deel, als je al weet hoe het in dat gekkenhuis was en wat voor traumatische gebeurtenis daar heeft plaatsgevonden, gaat Winkler op zoek naar de waarheid achter zijn opsluiting. 

Er komen veel bijzondere namen voor in het verhaal. De hoofdpersoon heet dus Winkler Brockhaus, zijn broers heten Meyer, Laroux en Brit. De vriendinnen van Winkler heten Solange en Göttge. Wat hiervan de reden is, weet ik niet.
Het gekkenhuis, waar Winkler zo getraumatiseerd is geraakt, heet ironisch genoeg Huize Kindervrede. De hoofdzuster heet zuster Makela, wat sterk doet denken aan het woord ‘akela’, leider van de welpen bij de scouting. Twee van de psychiaters waren juffrouw Ten Vreze en juffrouw Maul. Klinkt ook erg gezellig. 
Winklers latere stamkroeg heet Drinkpaleis Tevredenheid. 

Boudewijn Büch had een fascinatie voor eilandjes. Hij presenteerde op televisie een reisprogramma waarin hij kleine, verre eilandjes bezocht. Winkler is geograaf en is ook vaak op eilandjes te vinden. Zowel voor zijn werk als voor vakantie, van Terschelling tot Oceanië. 

Ik vond Het Dolhuis een interessant boek. Rauw realistisch. Ik weet niet in welke stad Winkler als volwassene woonde, maar zijn leven doet ‘grootstedelijk jaren ’80’ aan. Mijn afschuw over katholieke instituten, waar kinderen volledig aan de grillen van nonnen en monniken werden overgelaten, is alleen maar toegenomen.

woensdag 8 april 2015

Het huis aan de Gouden Bocht

Jessie Burton
Het huis aan de Gouden Bocht (The Miniaturist, Groot-Brittannië, 2014)
Vertaald uit het Engels door Mieke Trouw-Luyckx

Nella is achttien als ze trouwt met de rijke Amsterdamse koopman Johannes Brandt. Het is een verstandshuwelijk, waarmee Nella aan de armoede van het platteland kan ontsnappen en de alleenstaande Brandt eindelijk een fatsoenlijk getrouwd man wordt.
Elke nacht wacht Nella op haar nieuwe echtgenoot, maar hij raakt haar niet aan. Wel geeft hij haar als huwelijksgeschenk een enorm kabinet, dat een poppenhuis blijkt te zijn. Een exacte kopie van het huis waarin ze wonen. Voor dat miniatuurhuis ontvangt Nella kleine spulletjes om het in te richten. Maar die spulletjes zijn wel erg exacte kopieën van de werkelijkheid. Hoe weet de miniatuurmaker dit allemaal? En zijn het wel kopieën of is er iets anders aan de hand? Dit vraagt Nella zich af als er steeds meer slechte gebeurtenissen plaatsvinden in het huis aan de Gouden Bocht. 

Het verhaal speelt zich af in de 17de eeuw, de Hollandse Gouden Eeuw. Er wordt veel geld verdiend aan handel. Amsterdam is rijk. Maar als ik lees hoe die samenleving is, dan lijkt het me vreselijk om daarin te moeten leven.
Nella behoort door haar huwelijk met één van de rijkste en machtigste mannen van Amsterdam tot de toplaag van de samenleving. Maar dat leven bestaat er eigenlijk voornamelijk uit het ophouden van schone schijn. Iedereen houdt elkaar in de gaten, je mag niets doen wat uit de toon valt. Mensen leveren elkaar maar al te graag uit aan justitie, maar met geld kun je je uit veel situaties redden. Als je eenmaal toch gevangen zit, ben je gedoemd. Met behulp van weerzinwekkende martelpraktijken word je gedwongen te bekennen. Brrr, ik ben blij dat ik niet in die tijd leef.

Ondanks dat het verhaal zich in Amsterdam afspeelt, is de schrijfster Engels. Jessie Burton (1982) raakte gefascineerd door het poppenhuis van Petronella Oortman, dat zich in het Rijksmuseum bevindt. De auteur heeft veel onderzoek gedaan naar het leven in de 17de eeuw en heeft in het geheim dit boek geschreven, dat onmiddellijk een bestseller werd en in meer dan dertig talen is vertaald.

Het huis aan de Gouden Bocht is een prachtig boek. Indrukwekkend. Je wordt er niet vrolijk van, maar op het eind is er toch nog een sprankeltje hoop.

zondag 29 maart 2015

Marina

Carlos Ruiz Zafón
Marina (Marina, Spanje, 1999)
Vertaald uit het Spaans door Nelleke Geel

Carlos Ruiz Zafón is één van mijn lievelingsschrijvers. De Catalaanse schrijver is vooral bekend van zijn trilogie De schaduw van de wind - Het spel van de engel - De gevangene van de hemel. Vóór hij deze succesvolle romans schreef had hij vier young adult boeken geschreven. Eén daarvan is Marina.

Marina gaat over Oscar Drai, een jongen van 15 die in een internaat woont. Op de eerste bladzijde wordt verteld dat hij ooit een week spoorloos was en in de rest van het boek vertelt hij hoe dat kwam. 
Oscar maakt kennis met het meisje Marina en haar vader Germán Blau. Zij wonen in een groot, oud, verwaarloosd huis in een wijk vol met grote, oude, al dan niet leegstaande villa’s. Marina neemt Oscar mee naar een verlaten kerkhof waar een dame, geheel in het zwart gehuld, een bezoek brengt aan een naamloos graf. Nieuwsgierig volgen ze de vrouw door oude, verlaten steegjes en komen uit in een oude, verlaten donkere kas. Daar doen ze een lugubere ontdekking en vluchten weg. Ze kunnen de zaak echter niet laten rusten en graven verder in deze duistere zaken.

De young adult boeken van Ruiz Zafón zijn griezelig en in elk van de boeken zijn wel één of meerdere momenten waarop je haren recht overeind gaan staan. Ook Marina is bizar en creepy
In Ruiz Zafóns boeken is de sfeer heel belangrijk. Marina speelt zich af in het oude gedeelte van Barcelona. Af en toe vond ik het wel een beetje een overkill. Echt alles is oud en verlaten. Zelfs het internaat waar Oscar woont is immens, oud en spookachtig:

‘De school stond midden in een citadel van tuinen, fonteinen, modderige vijvers, patio’s en behekste pijnwouden. Eromheen stonden sombere gebouwen met daarin door spookachtige nevel bedekte zwembaden, griezelig stille sporthallen en sinistere kapellen waar afbeeldingen van heiligen glimlachten in de weerspiegeling van de altaarkaarsen. (...) De kamers van de leerlingen bevonden zich op de vierde verdieping, aan grotachtige gangen. Eindeloze galerijen die altijd in het donker lagen, en die altijd een lugubere echo bewaarden.’ 

Ook krijg je snel achter elkaar veel verschillende levensverhalen te lezen. Dat vond ik soms ook een beetje té.

Maar afgezien daarvan is ook dit weer een gaaf boek. Het is spannend en je wil gewoon weten hoe die scène afloopt, of ze er heelhuids uit komen. Je blijft dus doorlezen en hebt het boek zo uit.

maandag 16 februari 2015

Les Misérables

Victor Hugo
Les Misérables (Les Misérables, Frankrijk, 1862)
Vertaald uit het Frans door Manuel Serdav

Les Misérables is volgens mij het bekendste boek van Victor Hugo. Het is verfilmd en er is een grootse musical van gemaakt. Ik wilde het boek al heel lang lezen, maar in de plaatsen waar ik hiervoor woonde, hadden ze hem niet in de bibliotheek. Nu liep ik er toevallig tegenaan en heb ik hem meteen geleend. 

Les Misérables is het verhaal over de gewone bevolking die eind 18de, begin 19de eeuw in Parijs leefde, veelal in grote armoede. De hoofdpersoon is Jean Valjean, een man die als jongeman een keer een brood stal om zijn neefjes van de hongerdood te redden. Hij werd gesnapt en werd veroordeeld tot een paar jaar strafkamp. Doordat hij tot drie keer toe probeerde te ontsnappen, liep dit aantal op tot 19 jaar. 
Na zijn vrijlating is de ellende niet voorbij, want gewezen galleiboeven (gevangenen van een strafkamp) krijgen een geel paspoort dat ze overal waar ze komen, moeten laten zien. Ze zijn nergens welkom. Jean Valjean, gedreven door honger, klopt aan bij monsieur Myriel, bisschop van Digne. Jean Valjean is zo getroffen door zijn goedheid, dat hij besluit zelf ook goed te worden. Toch steelt hij nadien, zonder erbij na te denken, een munt van twee frank van een jongetje, Hij heeft meteen spijt en wil het teruggeven, maar hij kan de jongen niet meer vinden. Dit voorval zal hem de rest van zijn leven achtervolgen, omdat hij hierdoor recidivist is geworden. De vasthoudende politie-inspecteur Javert maakt er zijn levenswerk van om Jean Valjean weer in het kamp te krijgen.
Intussen heeft de held van het verhaal zich ontfermd over Cosette, een klein meisje, dat door haar pleegfamilie wordt uitgebuit en mishandeld. Nu moet Jean Valjean niet alleen zorgen dat hij zelf uit de handen van justitie blijft, maar ook nog dit meisje beschermen en voeden. 

Al deze avonturen spelen zich af in een stormachtig Frankrijk. De Napoleontische oorlogen zijn net achter de rug en onder de bevolking broeit het. Deze situatie mondt uit in de opstand van juni 1832. 

Het is een spannend boek. Soms vond ik het een beetje té spannend, omdat er zoveel onrecht in voorkomt. 
Er zitten veel toevalligheden in het boek. Bijvoorbeeld als Jean Valjean en Cosette op de vlucht zijn voor de politie. Ze komen dan terecht in een klooster en daar blijkt een man te werken, die Valjean een aantal daarvoor het leven heeft gered en die het tweetal dus graag helpt. Zomaar ergens in Parijs. Of dat Marius, een jongen die verliefd is op Cosette, naast haar vroegere pleegfamilie blijkt te wonen. En dat deze pleegvader vroeger ook nog eens het leven van Marius’ vader heeft gered. 


Toch vond ik het een mooi en boeiend boek. Spannend, avontuurlijk en interessant. Omdat het zo spannend is, blijf je doorlezen, want je wilt weten of het nog wel goed komt. 

donderdag 5 februari 2015

Lief leven

Alice Munro
Lief leven (Dear Life, Canada, 2012)
Vertaald uit het Engels door Pleuke Boyce

Zoals zoveel mensen lees ik eigenlijk nooit verhalenbundels. Bij een verhaal - kort of lang - moet je er altijd even inkomen en dan pas kun je lekker doorlezen. Met een verhalenbundel moet je daar met ieder verhaal opnieuw doorheen. Maar op een blog (ik heb het helaas niet kunnen terugvinden) las ik dat je dit boek moet beschouwen als een doosje luxe bonbons, waar je er af en toe eentje uit snoept. Dat heb ik gedaan. Eén verhaal per avond. Lekker snoepen.

Alice Munro schrijft mooie verhalen. Rustige verhalen. Verhalen over vrouwen. Slechts in één verhaal van de bundel was de hoofdpersoon een man. Een soldaat die na de Tweede Wereldoorlog terugkeert. Voordat hij op zijn eindbestemming aankomt, springt hij van de trein en begint de tegengestelde richting uit te lopen. Hij komt bij een boerderij, waar een vrouw woont. Hij krijgt ontbijt, helpt met het repareren van de paardenruif en blijft.

Een ander verhaal begint ook met een trein. Daarin stapt de jonge Vivien, die een betrekking heeft gevonden als onderwijzeres in een sanatorium. Dat sanatorium ligt in een berkenbos, aan een bevroren meer. Zelf zegt ze, dat ze het er mooi vind: ‘Alsof ... alsof je in een Russische roman bent terechtgekomen.’  Ze geeft les aan kinderen die aan tuberculose lijden. Eigenlijk moet ze ze vooral bezighouden, niet te veel stress, niet te veel laten leren. Sommige kinderen worden niet meer beter, andere wel, die kunnen de achterstand later wel weer inhalen. Vivien merkt echter, dat ze best wel wat aankunnen en laat ze spelenderwijs kennismaken met de wereld van buiten.
Ze krijgt een relatie met de arts van het sanatorium en al snel besluiten ze, of eigenlijk besluit hij, om te gaan trouwen. 

Zo zien we steeds stukjes van levens van vrouwen. Mooie stukjes, waarin de dingen anders lopen dan je zou verwachten.

De laatste vier verhalen zijn autobiografische schetsen van het leven van de schrijfster. Over hoe ze opgroeide in een huis net buiten een stadje. Over haar moeder, die rond haar veertigste Parkinson kreeg. Over Sadie, die bij hen in huis kwam werken, toen er kort na elkaar twee baby’s werden geboren. Inkijkjes, geen afgeronde verhalen.


Alice Munro (1931) is een Canadese schrijfster, een echte verhalenschrijfster. De meeste van haar verhalen spelen zich af op het Canadese platteland. In 2013 kreeg ze de Nobelprijs voor literatuur.

donderdag 8 januari 2015

Boek: Wolkenatlas

David Mitchell
Wolkenatlas (Cloud Atlas, Groot-Brittannië, 2004)
Vertaald uit het Engels door Aad van der Mijn

Op meerdere blogs las ik lovende verhalen over het nieuwste boek van de Engelse schrijver David Mitchell: The Bone Clocks, in het Nederlands vertaald als Tijdmeters.
Aangezien ik mijn boeken hoofdzakelijk uit de plaatselijke bieb haal, beschik ik niet altijd over de nieuwste boeken. In één van de blogs werd echter Wolkenatlas ook vermeld en op de voorkant van The Bone Clocks prijkt de mededeling ‘Author of Cloud Atlas’. Dus besloot ik dit boek eerst te lezen. 

En dat was een bijzondere leeservaring. Wolkenatlas bestaat uit zes verhalen en stuk voor stuk zijn de verhalen boeiend om te lezen, al zijn ze heel verschillend. Zo lezen we mee in het dagboek van een notaris uit San Francisco, die halverwege de negentiende eeuw voor zaken in Polynesië is; krijgen we een stukje bedrijfsspionagethriller voorgeschoteld over een jonge journaliste die achter smerige zaakjes is gekomen van een kerncentrale en dit tot op de bodem wil uitzoeken; lezen we de hilarische belevenissen van een niet zo heel oude man, die tegen zijn wil terechtkomt in een soort verzorgingstehuis en daar wordt vastgehouden; gaan we mee naar een verre toekomst, waar slechts een klein aantal mensen een grote milieuramp heeft overleefd.

De verhalen worden in chronologische volgorde verteld. We beginnen in de negentiende eeuw en eindigen ergens in de toekomst. Van de eerste vijf verhalen krijgen we in eerste instantie slechts de helft te lezen. Het zesde verhaal wordt in één keer helemaal verteld. Daarna gaan we weer terug naar het verleden met de tweede helft van de andere verhalen.

De verhalen lijken op zichzelf te staan, maar zijn wel onderling verbonden. Het verband tussen enerzijds verhaal vijf en zes, die in de toekomst spelen, en de rest van de verhalen is echter minder duidelijk. Ik heb alleen een bepaalde moedervlek als verband kunnen ontdekken. Ik heb her en der gelezen, dat David Mitchell vaak over reïncarnatie schrijft, dus misschien zit daar een dieper verband. Zelf ben ik niet zo spiritueel aangelegd, dus daar lees ik vaak finaal overheen.

Ik vond het een genot om Wolkenatlas te lezen. Het boek heeft een originele vertelstructuur en je gaat daardoor dieper nadenken over verbanden en betekenissen. Deze manier van vertellen past David Mitchell vaker toe. Ik ga dan ook zeker meer boeken van hem lezen.

dinsdag 8 juli 2014

Boek: De vampierzusjes - Een smakelijk avontuur

Als ik een boekverfilming bekijk, zorg ik er meestal voor dat ik eerst het bijbehorende boek heb gelezen. In dit geval heb ik het andersom gedaan.
Alhoewel dit eigenlijk niet helemaal klopt, omdat
a. ik het boek een aantal jaar geleden al met Rozanne had gelezen en
b. we slechts één deel van de boekenserie hebben gelezen en de film er geen exacte kopie van is.
De Vampierzusjes is een kinderboekenserie van de Duitse schrijfster Franziska Gehm. Er zijn tot nu toe vijf delen verschenen, de laatste is afgelopen maart uitgekomen. Wij hebben alleen deel twee in huis: Een smakelijk avontuur, ooit een keer gekregen van oma, geloof ik. De film bevat elementen van meerdere boeken, maar vertelt volgens mij vooral het verhaal van deel vier: Hartsgeheimen.

Maar goed, over de film had ik hier al een keer geschreven, nu ga ik het hebben over deel twee van de boekenserie De Vampierzusjes: Een smakelijk avontuur.
In dit boek woont de twaalfjarige halfvampiertweeling Dakaria (Daka) en Sylvania al een maand in de stad Bindburg waar hun menselijk moeder vandaan komt. Daarvoor hadden ze hun hele leven in Transsylvanië gewoond, het land van hun vampiervader. Ze hebben er nog steeds moeite mee, dat ze overdag naar school moeten en ‘s nachts moeten slapen, maar gelukkig hebben ze al wel een vriendin, Helene. Ze moeten haar trouwens nog wel vertellen dat ze halfvampiers zijn. Nadat Helene van de eerste schrik is bekomen, vindt ze het geweldig om met haar nieuwe vriendinnen uit vliegen te kunnen gaan.
Voor school moeten Daka en Sylvania een werkstuk schrijven over een museum. Hun oma Rosa werkt in het plaatselijke museum, dus daar gaan de meiden vlak voor sluitingstijd maar eens kijken. Ondanks de waarschuwing van hun wat merkwaardige klasgenoot Ludo om vooral niet naar het museum te gaan, gaan ze toch. Daar zijn ze getuige van een kunstroof en worden ze als gijzelaars door de criminelen meegenomen. Gaat dit nog goed aflopen?
Ja, dûh, het is een kinderboek. Natuurlijk loopt het goed af. Maar hoe, dat moet je zelf maar lezen. Dan kom je ook meteen te weten hoe Ludo wist, dat er iets zou gaan gebeuren.

Wij hebben dus slechts één deel van de serie en dat is een leuk boek. Het zal geen klassieker worden, maar het is weer eens iets anders dan die paardenseries. Het gegeven van halfvampiers is origineel en de schrijfster speelt leuk met menselijke en vampiereigenschappen. Ik vind vooral de scène waarin de zusjes aan Helene vertellen wat ze zijn, erg grappig

Er is nu overigens ook een geschreven filmeditie, met het verhaal van de film. En er is een hele site aan de Vampierzusjes gewijd, met informatie over de boeken en de schrijfster, en een blog.

maandag 16 juni 2014

Boek: Ronja de roversdochter

Astrid Lindgren
Ronja de roversdochter (Ronja Rövardotter, Zweden, 1981)
Vertaald uit het Zweeds door Rita Törnqvist-Verschuur

Aaahh, Ronja de roversdochter... Heerlijk boek. Ik had hem jaren geleden met Rozanne gelezen en nu was Annika aan de beurt.

Ronja is de dochter van roverhoofdman Mattis en zijn vrouw Lovis. Zij wonen samen met de hele roversbende in de burcht van Mattis.
Mattis heeft een aartsvijand: de hoofdman van de andere roversbende, Borka. En laat deze bende nou net zijn intrek hebben genomen in de andere helft van de burcht, die ooit door een blikseminslag in tweeën was gesplitst.
Als Ronja oud genoeg is, mag ze er in haar eentje op uit om het bos te verkennen. Daar zwerft ze hele dagen rond en komt pas ‘s avonds weer terug. Op een dag ontmoet ze een jongen, Birk, de zoon van Borka. In het begin moet ze uiteraard niets van hem hebben. Maar vrij snel raken ze aan elkaar verknocht en trekken ze er samen dagelijks op uit.
Als Mattis erachter komt, dat Borka en zijn bende in zijn burcht wonen, escaleert de boel en besluiten Ronja en Birk samen in het bos te gaan wonen, in de berengrot.

Ik vind dit een fantastisch boek. Astrid Lindgren beschrijft uitvoerig hoe de kinderen overleven in het bos en wat voor avonturen ze daar beleven. Hoe ze bevriend raken met een aantal wilde paarden, hoe ze moeten uitkijken voor de enge vogelheksen en hoe ze genieten van de zomer. Zo’n avontuur wil elk kind toch wel beleven?

Het boek is verfilmd. We hebben de dvd laatst in de bieb zien staan en ik denk dat we die binnenkort gaan bekijken.

maandag 9 juni 2014

Boek: Het leven van Pi

Yann Martel
Het leven van Pi (Life of Pi, Canada, 2001)
Vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman

Dit boek van de Spaanse auteur Yann Martel, woonachtig in Canada, vertelt het verhaal van Pi, een 16-jarige Indiase jongen die 227 dagen in een reddingssloep op de Grote Oceaan heeft rondgedobberd. Als gezelschap had hij een volwassen Bengaalse tijger.
De vader van Pi was directeur van een dierentuin in een dorpje in India. Op een gegeven moment besluit de familie naar Canada te vertrekken. Bijna alle dieren van de dierentuin gaan mee in het vrachtschip, waarmee ook Pi, zijn ouders en zijn broer reizen. Als dit schip vergaat, is Pi de enige mens die een reddingssloep weet te bereiken. Daarnaast komen er ook nog een zebra, hyena, orang-oetan en een Bengaalse tijger aan boord. Het duurt niet lang of alleen Pi en de tijger zijn over.

Hoe zij weten te overleven wordt op een magnifieke manier beschreven. Met alle gruwelijke details. Bijvoorbeeld over hoe Pi zijn eerste schildpad ving en doodde. Dat ging niet van een leien dakje en het arme beest moet behoorlijk geleden hebben, voor het Pi eindelijk lukte om hem te doden. Of over het gevecht tussen de tijger en een haai. De verteller beschrijft ook heel uitgebreid over de manier waarop Pi overleeft: hoe hij een vlot bouwt en voor beschutting tegen de regen zorgt, hoe hij aan zoet drinkwater komt en aan voedsel en hoe hij uit de klauwen van de tijger blijft. Ook over zijn gevoelens kom je alles te weten: hoe het voelt om bang - doodsbang - te zijn of om op sterven na dood te zijn. Aan het begin van het boek doe je als lezer aardig wat zoölogische kennis op, bijvoorbeeld over de leefwijze van de hyena.

Ik vond het een fascinerend boek. Binnenkort ga ik de verfilming ervan bekijken. Ik ben er heel nieuwsgierig naar hoe die zal zijn, vooral omdat het boek uit zoveel uitgebreide beschrijvingen bestaat. Is iets daarvan terug te zien in de film? Of laat hij alleen de gebeurtenissen zien? Wordt vervolgd...

maandag 19 mei 2014

Boek: Elegant als een egel

Muriel Barbery
Elegant als een egel (Frankrijk, 2006)
Vertaald uit het Frans door Edu Borger

Elegant als een egel gaat over Renée, Paloma en Kakuro. Renée is de congiërge van een luxe appartementengebouw in Parijs. Ze gedraagt zich als een echte conciërge en ziet er ook zo uit. Dat wil zeggen: simpel van geest en onverzorgt van uiterlijk. Paloma is een twaalfjarig meisje dat in het gebouw woont, samen met haar vreselijke ouders en haar nog vreselijkere zus Colombe. Paloma vindt dat het leven het niet waard is om geleefd te worden en heeft het plan om op haar dertiende verjaardag zelfmoord te plegen en daarbij hun appartement in brand te steken. Maar voor het zover is, is ze nog wel hard op zoek naar dingen die wel de moeite waard zijn en waarvoor ze toch zou willen blijven leven. Binnen haar gezin vindt ze dat niet, want daar is iedereen hol en oppervlakkig, al doen ze zich voor als grote intellectuelen.
Als er iemand uit het gebouw overlijdt, doet er een nieuwe inwoner zijn intrede: de rijke Japanse weduwnaar Kakuro. Hij heeft direct goed contact met Paloma en samen ontdekken ze, dat Renée niet zomaar een simpele conciërge is.

De titel van het boek is apart. Op bladzijde 133 wordt duidelijk waar het vandaan komt. Daar begint Paloma te vermoeden dat Renée Michel geen gewone conciërge is. Ze beschrijft haar als “elegant als een egel: vanbuiten is ze met stekels bepantserd, een ware vesting, maar ik heb het gevoel dat ze vanbinnen gewoonweg even geraffineerd is als de egels, die kleine, zogenaamd indolente, ontembaar eenzame en verschrikkelijk elegante beestjes.”

Dit boek was een groot succes in Frankrijk. Dat kan ik me op zich wel voorstellen, want het is een mooi verhaal dat op een mooie manier is geschreven. Aan de andere kant vond ik soms wel een beetje lastig om doorheen te komen. Paloma is veel bezig met filosofische levensvragen en de gedachten van Renée zijn nogal intellectueel, waardoor ik af en toe wat moeite had om mijn aandacht erbij te houden. Later in het boek ligt de focus meer op het verhaal en leest het wat makkelijker. En, zoals ik al schreef, het verhaal is mooi, en het einde slaat in als een bom.

zaterdag 19 april 2014

Koning van Katoren


Vanmorgen kwam Rozanne onze slaapkamer binnen met de vraag of we Koning van Katoren konden lezen. Huh??? Rozanne wil overdag lezen???
Begrijp me goed, Rozanne vindt het heerlijk om voorgelezen te worden. Samen hebben we al heel wat klassiekers en andere boeken gelezen. Maar dat moet dan wel ‘s avonds gebeuren, voor het slapengaan. Overdag zijn er veel te veel andere - interessantere? - dingen te doen. Maar dit boek is blijkbaar zo bijzonder, dat ze het ‘s morgens wilde lezen. We hadden het ook wel bijna uit...

Koning van Katoren. Een paar jaar geleden hebben Rozanne en ik de musical gezien, gespeeld door Theater Terra, mijn favoriete jeugdtheatergroep. Ik heb met tranen in mijn ogen naar de voorstelling zitten kijken. Het is een geweldig mooi verhaal, maar ook het enthousiasme waarmee deze jonge acteurs speelden ontroerde me. Vorig jaar zijn we samen naar de verfilming geweest. Ook een mooie film. Daarna heb ik zelf het boek gelezen. Tot mijn schande moet ik bekennen, dat ik dat in mijn jonge jaren nooit had gedaan. Maar beter laat dan nooit. Rozanne was er toen nog niet aan toe. Ze was bang dat het te eng zou zijn, vooral de scène met de draak van Smook. Maar uiteindelijk wilde ze het boek wel samen met mij lezen. Om mij een plezier te doen. En ze vond het dus een mooi boek, zo mooi, dat ze het zelfs overdag wilde uitlezen. Ze vindt het een leuk en spannend boek, heel avontuurlijk.

Koning van Katoren gaat over het koninkrijk Katoren. In het eerste hoofdstuk gaat de oude koning dood op dezelfde dag dat de jongen Stach wordt geboren. Hierna wordt het land geregeerd door zes ministers die beloven dat er een nieuwe koning zal komen, maar dat gebeurt niet. Als Stach 17 is, besluit hij koning te worden. Dat vinden de ministers goed, als hij eerst zeven opdrachten uitvoert. Deze opdrachten zijn natuurlijk heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Maar Stach brengt ze allemaal tot een goed einde en wordt Koning van Katoren.
Achter de avonturen zit ook een politiek verhaal. De zes ministers zijn eigenlijk dictators die hun macht niet uit handen willen geven. In de film komt de repressie overigens duidelijker in beeld dan in het boek. Er is sprake van milieuvervuiling, van een elitegroep die de bevolking uitbuit door een simpel medicijn heel duur te verkopen en als Stach uiteindelijk koning wordt, stelt hij een minister van Democratie aan.
Heel gek is dat niet, want de schrijver van dit werk, Jan Terlouw, is ook politicus. Hij is zelf minister geweest voor de D’66 en zet zich in voor verschillende natuur- en dierbeschermingsorganisaties. Koning van Katoren heeft hij geschreven in 1971.