maandag 13 april 2015

Het Dolhuis

Boudewijn Büch
Het Dolhuis (Nederland, 1987)

Het thema van de boekenweek van dit jaar was waanzin. Daarom stond er in onze bibliotheek een bak met boeken met dat thema. Uit deze bak heb ik een boekje van Boudewiijn Büch gehaald: Het Dolhuis. 

Winkler Brockhaus is 10 als hij door zijn ouders naar een gekkenhuis in Brabant wordt gestuurd. Het Dolhuis wordt met straffe hand geregeerd door zuster Makela en andere nonnen. Als je iets zegt, krijg je een oorvijf, als je knikt krijg je er nog één. En dat zijn nog maar de lichtste lijfstraffen. De gekheid wordt met tucht uit de kinderen geslagen. 
En dat terwijl Winkler helemaal niet gek wàs. Hij was een slim jongetje dat over de dingen nadacht en graag praatte. Als hij een jaar later weer naar huis mag, is hij stil en teruggetrokken. 
In zijn latere leven gaat Winkler vragen stellen en dan blijkt dat zijn ouders zo hun eigen redenen hadden om hem te laten opsluiten. Een jaar heeft de jongen in het gekkenhuis gezeten en dat heeft een sterke, negatieve, stempel op zijn leven gezet. Hij zou altijd depressief blijven en vaak dood willen. 

In de eerste helft van het boek lees je om en om een stukje over Winklers tijd in het gekkenhuis en over zijn volwassen leven. In het tweede deel, als je al weet hoe het in dat gekkenhuis was en wat voor traumatische gebeurtenis daar heeft plaatsgevonden, gaat Winkler op zoek naar de waarheid achter zijn opsluiting. 

Er komen veel bijzondere namen voor in het verhaal. De hoofdpersoon heet dus Winkler Brockhaus, zijn broers heten Meyer, Laroux en Brit. De vriendinnen van Winkler heten Solange en Göttge. Wat hiervan de reden is, weet ik niet.
Het gekkenhuis, waar Winkler zo getraumatiseerd is geraakt, heet ironisch genoeg Huize Kindervrede. De hoofdzuster heet zuster Makela, wat sterk doet denken aan het woord ‘akela’, leider van de welpen bij de scouting. Twee van de psychiaters waren juffrouw Ten Vreze en juffrouw Maul. Klinkt ook erg gezellig. 
Winklers latere stamkroeg heet Drinkpaleis Tevredenheid. 

Boudewijn Büch had een fascinatie voor eilandjes. Hij presenteerde op televisie een reisprogramma waarin hij kleine, verre eilandjes bezocht. Winkler is geograaf en is ook vaak op eilandjes te vinden. Zowel voor zijn werk als voor vakantie, van Terschelling tot Oceanië. 

Ik vond Het Dolhuis een interessant boek. Rauw realistisch. Ik weet niet in welke stad Winkler als volwassene woonde, maar zijn leven doet ‘grootstedelijk jaren ’80’ aan. Mijn afschuw over katholieke instituten, waar kinderen volledig aan de grillen van nonnen en monniken werden overgelaten, is alleen maar toegenomen.

donderdag 9 april 2015

Post!

Deze week zeven kaartjes gekregen, uit Europa, Azië en Amerika. 

Het eerste kaartje dat op de mat viel, kwam uit Japan:


Het is een tekening van Shunshun. Hierachter zit de kunstenaar Kochi, een voormalig architect, geboren in Tokyo, later verhuisd naar Hiroshima. De kaart heb ik gekregen van Katuhiko.

Diezelfde dag kreeg ik ook een kaartje uit Portugal:


Van Jina. Dit is het Castelo de Óbidos. Het kasteel is van Romeinse origine, later, vanaf 1148, toen de christenen het gebied hadden heroverd op de Moren, is het kasteel meerdere keren verbouwd en uitgebreid. Óbidos ligt in het westen van Portugal.

De volgende dag kreeg ik weer twee kaartjes. Deze komt uit de Oekraïne, van Dasha en Vova:


Dasha heeft hem zelf gemaakt. Ik vind het een schatje.

En een paasgroet uit Hongarije:


De tekst die er op staat betekent:Vredig Pasen! Gekregen van Krisztina.

Daarna kwam deze binnen:


Twee paarden uit Maryland, VS, van Gabriela. Maryland heeft één van de grootste en meest succesvolle volbloed fokindustrieën van de VS, zo staat op de achterkant te lezen. Lieve paardjes.

Het volgende kaartje kreeg ik van Natallia uit Wit-Rusland:


Een blauwe kat van de Russische kunstenares Irina Zeniuk. Er zijn heel veel kaarten met deze katten en ik vind ze erg leuk.

Het laatste kaartje van deze week vind ik erg grappig. Ik moest echt even kijken, dacht eerst dat hij verkeerd bezorgd was. Maar het adres dat erop staat leek toch wel heel erg uit de richting:


Het was de voorkant van de kaart. Opgestuurd door Eva uit Duitsland, gemaakt door Thomas Döring.

woensdag 8 april 2015

Het huis aan de Gouden Bocht

Jessie Burton
Het huis aan de Gouden Bocht (The Miniaturist, Groot-Brittannië, 2014)
Vertaald uit het Engels door Mieke Trouw-Luyckx

Nella is achttien als ze trouwt met de rijke Amsterdamse koopman Johannes Brandt. Het is een verstandshuwelijk, waarmee Nella aan de armoede van het platteland kan ontsnappen en de alleenstaande Brandt eindelijk een fatsoenlijk getrouwd man wordt.
Elke nacht wacht Nella op haar nieuwe echtgenoot, maar hij raakt haar niet aan. Wel geeft hij haar als huwelijksgeschenk een enorm kabinet, dat een poppenhuis blijkt te zijn. Een exacte kopie van het huis waarin ze wonen. Voor dat miniatuurhuis ontvangt Nella kleine spulletjes om het in te richten. Maar die spulletjes zijn wel erg exacte kopieën van de werkelijkheid. Hoe weet de miniatuurmaker dit allemaal? En zijn het wel kopieën of is er iets anders aan de hand? Dit vraagt Nella zich af als er steeds meer slechte gebeurtenissen plaatsvinden in het huis aan de Gouden Bocht. 

Het verhaal speelt zich af in de 17de eeuw, de Hollandse Gouden Eeuw. Er wordt veel geld verdiend aan handel. Amsterdam is rijk. Maar als ik lees hoe die samenleving is, dan lijkt het me vreselijk om daarin te moeten leven.
Nella behoort door haar huwelijk met één van de rijkste en machtigste mannen van Amsterdam tot de toplaag van de samenleving. Maar dat leven bestaat er eigenlijk voornamelijk uit het ophouden van schone schijn. Iedereen houdt elkaar in de gaten, je mag niets doen wat uit de toon valt. Mensen leveren elkaar maar al te graag uit aan justitie, maar met geld kun je je uit veel situaties redden. Als je eenmaal toch gevangen zit, ben je gedoemd. Met behulp van weerzinwekkende martelpraktijken word je gedwongen te bekennen. Brrr, ik ben blij dat ik niet in die tijd leef.

Ondanks dat het verhaal zich in Amsterdam afspeelt, is de schrijfster Engels. Jessie Burton (1982) raakte gefascineerd door het poppenhuis van Petronella Oortman, dat zich in het Rijksmuseum bevindt. De auteur heeft veel onderzoek gedaan naar het leven in de 17de eeuw en heeft in het geheim dit boek geschreven, dat onmiddellijk een bestseller werd en in meer dan dertig talen is vertaald.

Het huis aan de Gouden Bocht is een prachtig boek. Indrukwekkend. Je wordt er niet vrolijk van, maar op het eind is er toch nog een sprankeltje hoop.

maandag 30 maart 2015

Brabants

Mijn schoonfamilie is Brabants. In het begin, zo’n twintig jaar geleden, had ik soms moeite om ze te verstaan. En soms leidde het accentverschil tot grappige situaties. Zo zei mijn schoonmoeder een keer bij het inschenken van de vla: ‘Zeg maar hûuh.’ Dus ik zei: ‘Hu.’ Dat bleek niet goed te zijn. Tsja, bij ons zeggen ze gewoon ‘Ho’.
Don spreekt over het algemeen aardig ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands). Maar met één woord heeft hij zijn afkomst altijd verraden: peperkoek. In de rest van het land, of in ieder geval in het westen, waar ik vandaan kom, zeggen we ontbijtkoek. Dat staat ook op de verpakking. Dus ik bleef stug ontbijtkoek zeggen. Tot we met ons gezinnetje naar Brabant verhuisden. Toen heb ik me overgegeven en ben ik ook peperkoek gaan zeggen. Maar andere uitdrukkingen ben ik blijven weigeren. 

Acht jaar lang hebben we in Brabant gewoond, helemaal in het oosten, bij het drieprovinciënpunt met Limburg en Gelderland. Annika is een geboren Brabantse en Rozanne heeft een echt zachte -g-. Ik vond het wel grappig om die Brabantse manier van praten te horen.
Enkele voorbeelden:
  • In Oost-Brabant zit je niet op voetbal of op ballet, maar eronder! Mijn zoontje zit onder voetbal of onder ballet.
  • Ik woon langs haar, ik zit langs hem. Ook zo raar. Langs houdt een beweging in: Ze loopt langs. Je kunt niet langs iemand zitten.
  • Of wat dacht je van: ‘Zal ik de koffie inschudden?’ Nou, dat zal me een zootje worden. Oh, ze bedoelde inschenken.
Twee jaar geleden hebben we het Brabantse land weer verlaten. Maar de peperkoek is gebleven. Als er gasten zijn, moeten we wel uitleggen dat we daarmee ontbijtkoek bedoelen. En Rozanne... die heeft nog steeds haar mooie zachte -g-.

zondag 29 maart 2015

Marina

Carlos Ruiz Zafón
Marina (Marina, Spanje, 1999)
Vertaald uit het Spaans door Nelleke Geel

Carlos Ruiz Zafón is één van mijn lievelingsschrijvers. De Catalaanse schrijver is vooral bekend van zijn trilogie De schaduw van de wind - Het spel van de engel - De gevangene van de hemel. Vóór hij deze succesvolle romans schreef had hij vier young adult boeken geschreven. Eén daarvan is Marina.

Marina gaat over Oscar Drai, een jongen van 15 die in een internaat woont. Op de eerste bladzijde wordt verteld dat hij ooit een week spoorloos was en in de rest van het boek vertelt hij hoe dat kwam. 
Oscar maakt kennis met het meisje Marina en haar vader Germán Blau. Zij wonen in een groot, oud, verwaarloosd huis in een wijk vol met grote, oude, al dan niet leegstaande villa’s. Marina neemt Oscar mee naar een verlaten kerkhof waar een dame, geheel in het zwart gehuld, een bezoek brengt aan een naamloos graf. Nieuwsgierig volgen ze de vrouw door oude, verlaten steegjes en komen uit in een oude, verlaten donkere kas. Daar doen ze een lugubere ontdekking en vluchten weg. Ze kunnen de zaak echter niet laten rusten en graven verder in deze duistere zaken.

De young adult boeken van Ruiz Zafón zijn griezelig en in elk van de boeken zijn wel één of meerdere momenten waarop je haren recht overeind gaan staan. Ook Marina is bizar en creepy
In Ruiz Zafóns boeken is de sfeer heel belangrijk. Marina speelt zich af in het oude gedeelte van Barcelona. Af en toe vond ik het wel een beetje een overkill. Echt alles is oud en verlaten. Zelfs het internaat waar Oscar woont is immens, oud en spookachtig:

‘De school stond midden in een citadel van tuinen, fonteinen, modderige vijvers, patio’s en behekste pijnwouden. Eromheen stonden sombere gebouwen met daarin door spookachtige nevel bedekte zwembaden, griezelig stille sporthallen en sinistere kapellen waar afbeeldingen van heiligen glimlachten in de weerspiegeling van de altaarkaarsen. (...) De kamers van de leerlingen bevonden zich op de vierde verdieping, aan grotachtige gangen. Eindeloze galerijen die altijd in het donker lagen, en die altijd een lugubere echo bewaarden.’ 

Ook krijg je snel achter elkaar veel verschillende levensverhalen te lezen. Dat vond ik soms ook een beetje té.

Maar afgezien daarvan is ook dit weer een gaaf boek. Het is spannend en je wil gewoon weten hoe die scène afloopt, of ze er heelhuids uit komen. Je blijft dus doorlezen en hebt het boek zo uit.

zaterdag 28 maart 2015

Film: Ernest & Célestine

Voor haar verjaardag had Annika een aantal dvd’s gekregen, waaronder dit pareltje: Ernest & Célestine, een Frans-Belgische tekenfilm uit 2012. En met tekenfilm bedoel ik ook een echte ouderwetse tekenfilm. Het doet een beetje schetserig aan en is niet heel precies ingekleurd. Het ziet eruit alsof het met waterverf is gedaan. 
De film is gebaseerd op een serie boeken met dezelfde titel van de Belgische Gabrielle Vincent (1928-2000). Voor haar carrière als schrijver en illustrator schilderde ze aquarellen. Dat is dus duidelijk terug te zien in de animatie.

Ernest & Célestine is het verhaal van een onwaarschijnlijke vriendschap tussen het jonge muisje Célestine en de grote beer Ernest. Zij leven in een samenleving, waarin deze twee bevolkingsgroepen gescheiden leven: de muizen wonen onder de grond, waar ze een hele stad hebben gebouwd, en de beren wonen boven, ook in hun eigen stad. 
Célestine is nog een kind. Ze woont in een soort internaat en slaapt op een grote slaapzaal. Voor het slapen gaan, komt een mevrouw een verhaaltje vertellen over de grote boze beer die graag muizen eet. Célestine is echter helemaal niet bang voor beren en heeft een tekening gemaakt van een beer met een muis in zijn armen. Dat wordt haar niet in dank afgenomen. Muizen horen nu eenmaal bang te zijn voor beren, anders loopt het slechts met ze af.
‘s Avonds wordt een groepje jonge muizen naar boven gestuurd om... tanden te stelen. Célestine gaat naar een huis van een berenfamilie om de tand te stelen die een jongetje onder zijn kussen gaat leggen. Maar ze wordt ontdekt en het blijkt dat moederberen heel bang zijn voor muizen. 
Célestine weet te ontsnappen, maar komt vast te zitten in een vuilnisbak. In de ochtend wordt ze gevonden door de grote beer Ernest, die erg veel honger heeft. Hij wil haar opeten, maar Célestine protesteert. Dat is het begin van een bijzondere vriendschap.
De mensen...eh... muizen en beren om hen heen zien die vriendschap echter niet zitten en veroordelen hen hierom. Zouden ze vrienden kunnen blijven? 


Ernest & Célestine is een mooie en grappige tekenfilm voor groot en klein (vanaf 6 jaar). Een aanrader.

donderdag 26 maart 2015

Post!


Deze week heb ik zeven kaartjes ontvangen, uit Taiwan, de Verenigde Staten, Finland, Duitsland, Rusland en India. Het was dus weer een internationaal gebeuren.

Het eerste kaartje kwam uit Taiwan, van Silas:



Het kaartje komt uit Tainan, een stad in het zuidwesten van het eiland Taiwan. De stad is in de 17de eeuw gesticht door de VOC als handelspost. Toen heette het Fort Zeelandia. Ik weet niet precies wat de afbeelding inhoudt, maar ik denk, dat dit het fort is zoals het er nu uitziet. Op de achterkant van de kaart staat namelijk onderstaande tekening. Dat lijkt op een oud-Hollands fort:



De volgende kaart is ook een exotische:


Deze heeft een mevrouw uit India mij gestuurd. Het is een foto van de Haji Ali moskee en tombe in Mumbai. Het is in 1431 gebouwd ter ere van Sayyed Peer Haji Ali Bukhari, een rijke islamitische koopman, die wonderen had verricht. Elke donderdag en vrijdag wordt het heiligdom door 40.000 pelgrims bezocht.

De volgende kaart is Duits. Dit is de Ravensberger Spinnerei. Hij is me toegestuurd door Cora. De foto is een beetje raadselachtig. Hoe moet ik hem nou houden? Eerst hield ik hem zo:

Toen dacht ik, dat hij zo hoorde:

Maar nu vermoed ik, dat hij toch andersom hoort - met de weerspiegeling boven - want daarin zie je het hele gebouw.
Het gebouw werd gebouwd tussen 1855 en 1857 in Beilefeld en was de grootste vlasspinnerij van Europa. In 1974 moest de spinnerij haar deuren sluiten. Momenteel zitten er onder andere een volkshogeschool, een historisch museum en een discotheek in.

Deze schattige kleine panda woont in de Minnesota Zoo, Verenigde Staten. Het kaartje heb ik gekregen van Erik.


Een leuke illustratie met boerderijdieren uit Finland:


Gekregen van Ari.

Nog een kaartje uit de VS:


Volgens afzender Rita is dit een typisch landschap dat je 's zomers langs de wegen kunt zien.

Tot slot een mooi plaatje uit Sint-Petersburg:


Gekregen van Polina. Het is een kunstwerk van Artyom Artyakov. Op deze site kun je meer van zijn werk zien. Ik vind het fantastisch.