woensdag 24 juni 2015

Een maaltijd in de winter

Hubert Mingarelli
Een maaltijd in de winter (Un repas en hiver, 2012)
Vertaald uit het Frans door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre

Ik was in de buurt van de bibliotheek, maar had niet mijn boekje met mijn wensenlijstje bij me. Wat doe je dan? Dan ga je gewoon lekker tussen de boeken snuffelen. Ik stuitte op een boek van een mij onbekende schrijver, Hubert Mingarelli, waarvan de titel mij wel aansprak: Een maaltijd in de winter. En ik had het in twee dagen uit. Voor veel lezers zal dat niet bijzonder zijn, maar voor mij wel. Ik lees namelijk erg langzaam. Maar ik werd zo door dit verhaal gegrepen, dat ik door bleef lezen. Ook de structuur van de roman zet aan tot doorlezen. Hij bestaat uit korte hoofdstukjes, waardoor je snel denkt: ach, nog eentje. Aan de andere kant kun je ook even een hoofdstukje lezen als je maar een paar minuutjes hebt.

Een maaltijd in de winter gaat over drie Duitse soldaten die in de Tweede Wereldoorlog in Polen gelegerd zijn. Ze moeten daar joden fusilleren die in de bossen in massagraven terechtkomen. De drie militairen kunnen deze klus emotioneel niet meer aan en als er een nieuwe moordpartij wordt aangekondigd voor de volgende dag, vragen ze toestemming om er op uit te gaan om ondergedoken joden te zoeken. Die toestemming krijgen ze.
De dag die volgt wordt zeer gedetailleerd beschreven. Hoe ze ‘s morgens voor dag en dauw de bittere kou in trekken, urenlang lopen en een jood vinden. Hoe ze bij een verlaten huis komen, daar een maaltijd bereiden en deze samen met de jood, en een Poolse boer, opeten.
Dan zitten de soldaten met een probleem. Kunnen ze deze joodse man, met wie ze een maaltijd hebben gebruikt, nog wel meebrengen naar hun kampement, zijn dood tegemoet? Misschien moeten ze hem dan wel zelf doodschieten. Maar als ze zonder jood terugkeren, zullen ze de volgende dag niet meer op zoek mogen gaan en mee moeten doen aan het fusilleren.  

In het verhaal wordt alles tot in de kleinste details beschreven, vooral het bereiden van de maaltijd. Maar ook de oplopende spanningen tussen de soldaten en de boer die komt aanlopen en ook wil mee-eten. 
De soldaten zijn mannen van rond de veertig, reservisten. Ze worden gedwongen om gruwelijke dingen te doen en gaan daaraan kapot. Ook in WOII waren de meeste Duitsers ook maar mensen. 


Hubert Mingarelli is een Franse schrijver. Zijn bibliografie op de Franse Wikipedia telt 20 boeken, maar als ik de naam van de auteur google, verschijnt er op Nederlandse en Engelstalige sites alleen dit boek. Maar naar aanleiding van Een maaltijd in de winter zou ik best meer van hem willen lezen. Tijd om mijn Frans op te frissen?

woensdag 27 mei 2015

Post!

Deze week zeven kaartjes ontvangen, waarvan vier met dieren.

Twee kaarten met cavia's. De eerste kreeg ik van Sari uit Finland:


De tekst betekent: Alles in orde?

De tweede kwam uit Frankrijk, van Sandra:


 Lief, hè?

Deze twee konijntjes komen uit Duitsland:


Verstuurd door Sonja. De kaart is helaas niet helemaal ongeschonden aangekomen, maar de beestjes zijn wel schattig.

En een heel ander soort dier:


De Hawaiiaanse Groene zeeschildpad. Gekregen van Samantha, die ook echt op Hawaii woont...

Hier een ander wonder der natuur:


Mount Fuji op Japan. Tomoko heeft deze kaart naar mij opgestuurd.

Deze kaart kwam uit Bulgarije:


Maar afzender Nelly had hem gekocht toen ze de opera in Parijs bezocht. De foto is gemaakt door de Amerikaanse National Geographic-fotograaf Steve Raymer.
Ik vind dit een mooie foto. Meestal lijkt een ballerina toch een beetje buiten de echte wereld te staan, een soort sprookjesfiguur. Maar hier zit ze op de grond haar spitzen aan te trekken. Zo te zien aan de muur naast haar in een oud gebouw.

De laatste kaart die deze week door de brievenbus viel was deze:


Een fijn 's zomers plaatje: lekker lezen tussen de bloemen in de tuin. Als je beter kijkt, lijkt het echter een woordenboek te zijn. Mmmm... in de zomervakantie hard aan de studie voor een hertentamen...?
Dit kaartje kreeg ik van Zita uit Litouwen.

Heerlijk toch om zoveel kaartjes te krijgen. En te sturen, natuurlijk. Ook dat is leuk. Het juiste kaartje uitzoeken voor degene aan wie je hem gaat sturen en er een leuke tekst op schrijven.
Wil je ook kaartjes vanuit de hele wereld ontvangen en versturen? Ga dan naar www.postcrossing.com.

zondag 24 mei 2015

Het kleine meisje van meneer Linh

Philippe Claudel
Het kleine meisje van meneer Linh (La petite fille de monsieur Linh, 2005)
Vertaald uit het Frans door Manik Sarkar

Meneer Linh komt met de boot uit een door oorlog verscheurd land. In zijn armen heeft hij een baby, een meisje. Dat is zijn kleindochter. De ouders van het meisje, de zoon van meneer Linh en zijn vrouw, werden uit elkaar gereten toen ze op het land aan het werk waren. Meneer Linh vond zijn kleindochter een eindje verderop, heeft haar opgepakt en is het land uitgevlucht. Eigenlijk had hij daar willen blijven om te sterven, maar omwille van het meisje, dat nog een heel leven voor zich had, heeft hij de boot genomen. 
Meneer Linh komt aan in een land waar alles anders is en waar hij de mensen niet verstaat. Ondanks dat bouwt hij een vriendschap op met een dikke meneer. Ze ontmoeten elkaar elke dag. De man praat tegen meneer Linh, die daar niets van verstaat, maar het wel prettig vindt om te luisteren. Er groeit een band tussen de twee mannen. Als meneer Linh vanuit de eerste noodopvang wordt overgeplaatst, gaan ze dan ook wanhopig naar elkaar op zoek.

Het kleine meisje van meneer Linh is een klein boekje, maar wat een pareltje! Toen ik het uit had, heb ik nog een tijdje verdoofd voor me uit zitten staren. Met natte wangen van de tranen.

The Great Gatsby

F. Scott Fitzgerald
The Great Gatsby (VS, 1925)

Eigenlijk zag ik er best wel tegenop, om The great Gatsby te lezen. Zo’n klassieker, met een introductie van 48 bladzijden, in het Engels, kleine lettertjes. Dat zou vast een zware klus worden. Maar het viel alleszins mee. Ik had hem in een paar dagen uit. Daarbij moet ik wel zeggen dat ik de introductie heb overgeslagen. Vroeger voelde ik me altijd verplicht om die te lezen. Als er een introductie bij zat, dan behoefde het boek blijkbaar uitleg voordat je er aan zou beginnen. Maar meestal zijn introducties best wel saai en dan legde ik zo’n boek al aan de kant voordat ik er aan begonnen was. Dus: geen introductie. 

The great Gatsby speelt zich af in de Verenigde Staten aan het begin van de jaren ’20 van de vorige eeuw. We nemen een kijkje in de high society, de wereld van de extreem rijken. 
In The great Gatsby leren we eerst de verteller kennen, Nick. die niet rijk is. Nick is een jonge man die vanuit de Midwest naar New York komt. Hij vindt een huisje buiten New York City, volgens mij op Long Island, temidden van enorme villa’s. Hij gaat op bezoek bij een oude studievriend die aan de andere kant van de baai woont en getrouwd is met een nicht van Nick. Zij wonen in een enorm huis, hebben bedienden en brengen hun leven vooral lanterfantend door. Later leert Nick zijn buurman kennen, Gatsby. Ook hij is een jonge man, puissant rijk. Elk weekend geeft hij massale feesten, waar mensen uit de wijde omgeving op af komen, al dan niet op uitnodiging. Gatsby zelf stort zich niet in het feestgedruis, maar houdt zich afzijdig. Je vraagt je af, waarom hij die feesten geeft, maar daar kom je later achter. Dat is dezelfde reden waarom hij zo rijk is en in zo’n megagroot huis woont. 

Ik vond het leuk om dit boek te lezen. Waarom? Ik had nog nooit een boek gelezen over deze groep mensen in deze tijd. Het is zo levendig geschreven dat het is alsof je erbij bent. Bij die etentjes, feesten en ontmoetingen. De spanning wordt in het boek langzaam opgebouwd. Het broeit. Je bent erbij als het uit de hand dreigt te lopen.
De personages zijn menselijk. Er is één onsympathiek persoon bij, maar verder hebben de personages goede en slechte kanten, doen ze soms aardig, soms niet. 
Eigenlijk is het helemaal niet eng om af en toe een klassieker met kleine lettertjes te lezen.

maandag 20 april 2015

De dochter van de circusdirecteur

Jostein Gaarder
De dochter van de circusdirecteur (Sirkusdirektørens datter, 2001)
Vertaald uit het Noors door Lucy Pijttersen en Carla Joustra

Een tijd geleden las ik in de Flow een artikel over minibibliotheken. Dat zijn kastjes, die ergens in een straat staan en waarin - uiteraard - boeken staan. Daar mag je er dan eentje uit pakken, lezen en eventueel terug zetten of je zet er een ander boek in. Al een tijd lijkt het me leuk om zo’n biebje bij ons in de voortuin neer te zetten. Maar je moet dan wel eerst zo’n kast maken, waterdicht, met doorzichtige deurtjes en ik ben niet zo handig. Dus het is er nog niet van gekomen.
Nu ontdekte ik een paar weken geleden hier vlakbij zo’n minibibliotheek. Het is een oud konijnenhok, in een vrolijke kleur geschilderd. Ik ben er een kijkje gaan nemen. De meeste boeken die erin lagen waren niet veel soeps. Honderd kerstverhalen, een groot aantal romannetjes van de Bouquetreeks. Maar er lag wel één interessant boek in, eentje van Jostein Gaarder, de schrijver van De wereld van Sofie.
De wereld van Sofie heb ik ruim tien jaar geleden gelezen. Daarna heb ik nog een aantal boeken van dezelfde schrijver gelezen. Vooral Het sinaasappelmeisje vond ik mooi, al weet ik niet meer goed hoe dat ging. 
Nu zag ik De dochter van de circusdirecteur in die minibibliotheek liggen. Ik heb thuis een mooi boek gehaald om ervoor in de plaats te leggen en heb mijn schat meegenomen. En gelezen.

Helaas, het viel tegen. Het gegeven van het verhaal is leuk. Een man heeft zoveel fantasie, dat hem voortdurend de meest fantastische verhalen invallen. Het zijn er echter zó veel, dat hij nooit één idee zou kunnen uitwerken tot een roman, want tijdens het schrijven zouden er weer zo veel andere ideeën in hem opkomen die dan ook in dat boek terecht zouden komen, dat het onleesbaar zou worden. Bovendien heeft hij niet het geduld om zo lang aan één idee te werken en heeft hij er totaal geen behoefte aan om beroemd te worden. Dus verkoopt hij zijn ideeën aan schrijvers en wordt daardoor een vermogend man. 
Het begin van het boek is interessant: de hoofdpersoon vertelt over zijn jeugd, hoe hij als jongetje was, als puber en jong volwassene. Over zijn vriendinnetjes, zijn grote liefde en over de manier waarop hij ertoe komt om als ‘schrijvershulp’ te gaan werken. 
In het midden zakt het boek in. Het wordt langdradig en valt in herhaling. De verteller verhaalt uitgebreid over hoe hij te werk gaat en over schrijvers. Zo beschrijft hij meerdere keren hoe zijn betalingssysteem in elkaar zit en geeft hij twee keer een opsomming van de soorten schrijvers die er bestaan. 
De derde helft van de roman is weer wat interessanter. Maar dan zit er weer zo’n toevalligheid in. Ik weet dat er in boeken vaak onwaarschijnlijke toevalligheden zitten, en ik kan er niet goed tegen. Ook nu weer. Van de zoveel honderden miljoenen mensen die er in Europa rondlopen, komt hij net die ene persoon tegen, op een plek waar ze geen van beiden thuishoren. Dat kan natuurlijk; ik ben op vakantie ook weleens een bekende tegengekomen. Maar toch. Bovendien zie je als lezer al van een kilometer afstand wie die persoon is, terwijl je het gevoel hebt, dat je dat niet hoort te weten en dat je op het eind heel verrast moet zijn. 
Aan het eind houdt de verteller nog een hele verhandeling over het patroon van vloertegels in zijn hotelkamer. Op de achterkant staat dat het een filosofische roman is en daarvan snap ik de diepere betekenis nooit. De diepere betekenis van vierkanten van vloertegels ontging mij dan ook volledig. 

Jammer, meneer Gaarden kan beter.

donderdag 16 april 2015

Post!

Afgelopen week heb ik weer vier mooie kaartjes gekregen uit alle uithoeken van de wereld: van California tot Moermansk en van Tsjechië tot India.

Om te beginnen India. Daarvandaan kreeg ik dit kaartje:



van een jong meisje, genaamd Varsha. Het is een foto van een man op een klein wagentje, getrokken door een os en een pony. Eronder staat het woord Jugaad, dat op de achterkant van de kaart staat omschreven als:
Jugaad is a colloquial Hindi word that can mean an innovative fix or a simple work-around. This meaning is often used to signify creativity to make existing things work or to create new things with meagre resources.

Seen in the picture is a Jugaad in the sleepy town of Gokak. A bullock and a pony paired up and yoked together to a traditional ox yoke. The pony has no complaints about the harness. The pace of the tow different animals is well synchronized and the owner who cannot afford more animals makes the most of the available duo.

Jugaad is increasingly accepted as a management technique and is recognized all over the world as an acceptable form of frugal engineering at peak in India.

Het tweede kaartje komt uit een heel andere, maar eveneens zonnige plek: California.


Het is een kaart van de staat, handgetekend door Alden Omsted. Op de achterkant van de kaart staat informatie over Californië:
California - Part of Mexico's Northern Territory "Alta California" became the 31st state on September 9, 1850, and hasn't looked back since. Still home to a world-class coastline, majestic redwoods, fertile agriculture, economic opportunity, and the hopes and dreams of millions. 
Gekregen van Sandra.

Daarna kwam er een kaart aan uit een heel andere wereld:


het Noord-Russische Moermansk, de grootste stad boven de Noordpoolcirkel. Moermansk werd tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1915, gebouwd als havenstad. Rusland had toen hulp nodig van het westen, maar de Oostzee was geblokkeerd. Daarom werd Moermansk aangelegd aan de kust van de Barentszzee. Door een warme golfstroom is die plek het hele jaar door ijsvrij. 
Природа Севера betekent Natuur van het Noorden.
Dit kaartje is verstuurd door Elvina.

Tot slot een leuke foto van een Shetlander:


van Filip uit Tsjechië.

maandag 13 april 2015

Het Dolhuis

Boudewijn Büch
Het Dolhuis (Nederland, 1987)

Het thema van de boekenweek van dit jaar was waanzin. Daarom stond er in onze bibliotheek een bak met boeken met dat thema. Uit deze bak heb ik een boekje van Boudewiijn Büch gehaald: Het Dolhuis. 

Winkler Brockhaus is 10 als hij door zijn ouders naar een gekkenhuis in Brabant wordt gestuurd. Het Dolhuis wordt met straffe hand geregeerd door zuster Makela en andere nonnen. Als je iets zegt, krijg je een oorvijf, als je knikt krijg je er nog één. En dat zijn nog maar de lichtste lijfstraffen. De gekheid wordt met tucht uit de kinderen geslagen. 
En dat terwijl Winkler helemaal niet gek wàs. Hij was een slim jongetje dat over de dingen nadacht en graag praatte. Als hij een jaar later weer naar huis mag, is hij stil en teruggetrokken. 
In zijn latere leven gaat Winkler vragen stellen en dan blijkt dat zijn ouders zo hun eigen redenen hadden om hem te laten opsluiten. Een jaar heeft de jongen in het gekkenhuis gezeten en dat heeft een sterke, negatieve, stempel op zijn leven gezet. Hij zou altijd depressief blijven en vaak dood willen. 

In de eerste helft van het boek lees je om en om een stukje over Winklers tijd in het gekkenhuis en over zijn volwassen leven. In het tweede deel, als je al weet hoe het in dat gekkenhuis was en wat voor traumatische gebeurtenis daar heeft plaatsgevonden, gaat Winkler op zoek naar de waarheid achter zijn opsluiting. 

Er komen veel bijzondere namen voor in het verhaal. De hoofdpersoon heet dus Winkler Brockhaus, zijn broers heten Meyer, Laroux en Brit. De vriendinnen van Winkler heten Solange en Göttge. Wat hiervan de reden is, weet ik niet.
Het gekkenhuis, waar Winkler zo getraumatiseerd is geraakt, heet ironisch genoeg Huize Kindervrede. De hoofdzuster heet zuster Makela, wat sterk doet denken aan het woord ‘akela’, leider van de welpen bij de scouting. Twee van de psychiaters waren juffrouw Ten Vreze en juffrouw Maul. Klinkt ook erg gezellig. 
Winklers latere stamkroeg heet Drinkpaleis Tevredenheid. 

Boudewijn Büch had een fascinatie voor eilandjes. Hij presenteerde op televisie een reisprogramma waarin hij kleine, verre eilandjes bezocht. Winkler is geograaf en is ook vaak op eilandjes te vinden. Zowel voor zijn werk als voor vakantie, van Terschelling tot Oceanië. 

Ik vond Het Dolhuis een interessant boek. Rauw realistisch. Ik weet niet in welke stad Winkler als volwassene woonde, maar zijn leven doet ‘grootstedelijk jaren ’80’ aan. Mijn afschuw over katholieke instituten, waar kinderen volledig aan de grillen van nonnen en monniken werden overgelaten, is alleen maar toegenomen.